BEELDEN TUSSEN RAILS - Retro-Rail 1
Welkom  |  Contact  |  
Feiten tussen Rails
 
Beeldarchief
 
Retro-Rail 1
 
Retro-Rail 2
 
Retro-Rail 3
 
Retro-Rail 4
 
Retro-Rail 5
 
Portfolio "D-locs"
 
Portfolio "E-locs"
 
Retro-Loc 5001
 
Retro-Loc 1805
 
Gastenboek
 
 

  Association des Musée et Tourisme Ferroviaires

Reeds vanaf 1973 vervoeren de historische treinen "Train 1900" van de Luxemburgse vereniging AMTF (Association des Musée et Tourisme Ferroviaires a.s.b.l.) ieder jaar duizenden bezoekers tussen Pétange, Fond-de-Gras en Rodange (halte "Bois de Rodange") via een spoorlijn, de "Ligne des Minières", die in 1874 door de Compagnie de Chemins de Fer et Minières Prince Henri (PH) werd geopend voor het vervoer van ijzererts. Aan deze exploitatie kwam een einde rond 1963 toen alle mijnactiviteiten langs deze lijn werden stopgezet. Tot overmaat van ramp werd ter hoogte van Fussbësch een deel van het traject in de lente van 1964 bedolven onder zo'n 30.000 kubieke meter aarde en mijnafval die aan het schuiven gingen.

Zes jaar later koesterden enkele spoorfanaten de droom om het gedeelte tussen Rodange en Fussbësch van de "Ligne des Minières" te exploiteren met stoomtractie, een droom die op zaterdag 3 augustus 1973 om 15 uur in vervulling ging met de officiële openingsrit op deze prachtige museumlijn van de vereniging "Train 1900" die haar naam ontleende aan de twee-assige tenderlocomotief N° 8 die toen de dienst uitmaakte. De loc werd immers in 1900 door Hanomag gebouwd onder fabrieksnummer 3431 en was voorheen in dienst bij de metaalfabriek ARBED van Differdange. De inhuldigingstrein bestond verder uit de rijtuigen AD 91900, B 94539 en B 96544. Deze gebruiksklare Belgische GCI-rijtuigen werden op het laatste nippertje door een liefhebber aangekocht en van Mechelen naar Pétange overgebracht. Vandaar ging het op 1 augustus 1973 via de weg richting museumbedrijf.

Het eerste ritseizoen was een overweldigend succes. De daaropvolgende jaren worden steeds meer tractievoertuigen en goederenwagens, afkomstig van diverse zware industriecomplexen uit het zuiden van het Groothertogdom, verworven. Deze regio wordt immers door de economische crisis van eind de jaren zeventig zwaar getroffen. De mijn "Tillebierg" te Differdange sluit als laatste de poorten op 1 december 1981.

1986 is een sleuteljaar voor de verdere evolutie van de AMTF maar ook voor de uitbouw van hun thuishaven Fond-de-Gras. Toen vonden de medewerkers immers de tijd gekomen om, gezien de belangrijke investeringen en werken die zij de voorbije 15 jaar hadden gerealiseerd, het domein en de spoorlijn aan te kopen. Dat kon dank zij het gunstige prijskaartje en de tussenkomst van het Luxemburgse Ministerie van Toerisme. Bovendien besloot dhr. Krieps, Minister van Kultuur, om heel wat industriële overblijfselen uit de regio in ere te herstellen en onder te brengen in een industriepark. De keuze viel, jawel, op Fond-de-Gras. Dit was ten tijde van de "Prince Henri" en van de mijn "Providence" immers het vroegere mijnwerkersdorp Lamadelaine. Omdat de nadruk van dit prestigieuze project op de mijnexploitatie lag, kocht de Nationale Dienst van Landschappen en Monumenten de bovenbouw van de naburige mijn van Doihl en werd besloten een mijnspoorweg aan te leggen met als vertrekpunt Fond-de-Gras waar de "Train 1900" als onderdeel van het "Parc Industriel et Ferroviaire du Fond-de-Gras" op een zelfstandige basis verder kon functioneren. Voor het verzamelen, herstellen en bewaren van historische stukken uit de plaatselijke metaalnijverheid en de toeristische exploitatie van de mijnspoorweg werd in 1990 de "Minièresbunn Doihl" in het leven geroepen die in totaal zo'n 4 kilometer smalspoor van 700 mm (de ARBED-standaard) restaureerde tussen Fond-de-Gras, Doihl, Lasauvage en Saulnes (Frankrijk). Tussen Doihl en Lasauvage gaat het lijntje over een afstand van 1,4 kilometer ondergronds en werd het geëlektrificeerd met 500 volt gelijkstroom.

Door de komst van de MBD waren in en rond Fond-de-Gras een reeks van belangrijke aanpassingswerken nodig : het herschikken en uitbreiden van het sporenplan, de vernieuwing van de perrons en van de onthaalinfrastruktuur, het overbrengen van een oude industrieloods en de heropbouw ervan als stelplaats voor het rollend materieel van "Train 1900", de installatie van mechanische seinen en vooral de verlenging van het normaalspoor tot Pétange-Triage zijn maar enkele projecten die tot stand kwamen dank zij de financiële steun van de Nationale Dienst van Landschappen en Monumenten die bovendien nog tal van voertuigen zoals vuurloze stoomlocomotieven en elektrische industrielocomotieven voor latere restauratie aan de AMTF toevertrouwde. Voor het uitvoeren van deze uiteenlopende waaier aan werkzaamheden doet de v.z.w. die ongeveer 40 aktieve leden telt in samenwerking met de stad Pétange een beroep op de organisatie ProActif die werklozen tracht te integreren in nieuwe werkomgevingen.

Gedurende het ritseizoen 2008 had "Train 1900" vier stoomlocomotieven in dienst waaronder de in 1908 gebouwde "Anna 9", afkomstig van de EBV (Eschweiler Bergwerks Verein) uit Alsdorf. De oudste stomer van de vereniging is de drie-assige N° 6114 die in 1891 door Graffenstaden als 4324 werd gebouwd. Voorts maakten de Belgische Cockerill N° 503 uit 1920 en de N° 507 type KDL 7 uit 1946 de dienst uit. Twee tenderlocomotieven waren begin 2008 in onderhoud : 2-asser N° 3 uit 1910 en afkomstig van de ARBED-vestiging te Belval en de Hanomag N° 12 van ARBED Differdange. Tot de afgestelde locomotieven die wachten op restauratie behoort onder meer loc N° 107, gebouwd door La Meuse in 1942 en afkomstig van de steenkoolmijn André Dumont te Waterschei. Van 1977 tot 1995 was deze machine als AD 07 actief bij de CFV3V te Mariembourg. Ook enkele vuurloze stoomlocs als de V 12 "Felix", de V 14 "Furie" en N° 123 behoren tot het bewaarde erfgoed.

Eveneens afkomstig van de CFV3V is motorwagen 551 669, de voormalige VT 95 669 van de DB (Deutsche Bundesbahn). Verder bezit AMTF de in 1951 door Uerdingen gebouwde Z 151 met bijwagen RZ 1061. Bij ARBED Schifflange recupereerde men de diesel-hydraulische rangeerloc N° 130 (N° 30 bij AMTF) die door Jung in 1966 werd gebouwd. Locomotor N° 33 is van een oudere datum (1957) en afkomstig van de ARBED-fabriek te Differdange. N° 13 "Trinny" is een spoorauto, een inspectiedraisine, in 1942 door de FKF-Werke te Dresden gebouwd onder nummer 12149 en uitgerust met een DKW Dynastart tweetaktmotor. Zowaar een echte rariteit die in 2007 werd gerestaureerd in CFL-kleuren. In 1959 liep bij de Franse constructeur Gaston Moyse o.m. locotractor N° 91 van de band die bij de firma Eucosider te Pétange jarenlang de dienst uitmaakte en er de bijnaam "Gasti" kreeg. Dit overzicht zou niet volledig zijn zonder locomotor CFL 2001 en zware rangeerloc NMBS 7309 die in februari 2005 werd aangekocht. Jammer genoeg viel het dubbel Westwaggon-stel CFL 206 + 216 (ex Vennbahn) dat te Bois-de-Rodange stond afgesteld in september 2007 ten prooi aan een (aangestoken) brand. Rest mij nog het rijvaardige locomotiefje N° 11 voor 700 mm smalspoor, gebouwd door het Belgische Moës te Waremme en afkomstig van de mijn "Providence" te vermelden, alsook de vier elektrische locomotieven van zowel ARBED Dudelange als ARBED Differdange die in Fond-de-Gras op betere tijden wachten.


Bijdrage afgesloten op 09/03/2007 - 12.41 u.
Laatste update op 03/10/2010 - 11.51 u.

ENKELE WEBSITES

Site over het Parc Industriel et Ferroviaire du Fond-de-Gras
Officiële website van de vereniging Train 1900

Supported by Happy Days & Powered by CenterALL & Hosted by SarrCom.com
Happy Days