
Museum Stoomtrein der Twee Bruggen
Een toeristische trein op een industrieel spoorwegnet ? Het klinkt misschien als een contradictie maar is toch perfect verzoenbaar. Dat bewezen in het verleden onder meer de Belgische museum-verenigingen TTZ (Toeristische Trein Zolder) die de spoorlijn tussen de Koninklijke Steenkoolmijn Zolder en de kolenhaven van Genenbos langs het Albertkanaal exploiteerde of MSTB (Museum Stoomtrein der Twee Bruggen) die op het net van de CFI (Chemin de Fer Industriel) uit Vilvoorde toegelaten was.
In 1978 ontdekte initiatiefnemer Jean Duvivier op de tereinen van de mijn Charbonnage du Bonnier te Grâce Berleur in de omgeving van Liège een voor de sloop bestemd stoomlocomotiefje uit 1910. De man sprak zijn spaarrekening aan en kocht uiteindelijk de door de S.A. Ateliers Métallurgiques de Tubize gebouwde 1627, een twee-assige tenderlocomotief met horizontale ketel, buitenliggende cilinders en een schuifbeweging type Walschaerts.
Na teleurstellende onderhandelingen met de NMBS klopte dhr. Duvivier aan bij de laatste Belgische privéspoorweg CFI of Chemin de Fer Industriel (du port de Vilvorde et extensions Hauwaert), op 8 december 1972 omgedoopt in Chemin de Fer Industriel (du port de Vilvorde et extensions Cie. de Fret International S.A.) of kortweg de CFI-Group. Deze onderneming had in het verleden heel wat bijgedragen tot de industriële ontwikkeling van de Brusselse Noordrand. Zo bediende CFI na de Tweede Wereldoorlog niet minder dan 250 aansluitingen wat omgerekend een dagelijkse capaciteit betekende van zo'n 900 wagens.
Jean Duvivier kreeg onmiddellijk de toestemming om op zaterdagen, zon- en feestdagen de infrastructuur die CFI sedert 1908 in concessie had, te exploiteren voor toeristische doeleinden terwijl het materieel mocht worden ondergebracht op de terreinen van de Intercom-centrale die bovendien een bureau (secretariaat) en een vergaderzaal ter beschikking stelde. In mei 1980 was de oprichting van de vzw MSTB een feit. Op 13 september 1980 werd na maanden van intensief vrijwilligerswerk de vereniging officieel ingehuldigd. De uitbating zelf ging pas van start op Pasen 1981 met de gerestaureerde stomer 1627, het personenrijtuig type L 31.110 (1ste klasse) uit 1936 en een goederenwagen. De belangstelling voor de stoomtrein was overweldigend en in extremis werd bij de NMBS een tweede L-rijtuig aangekocht en in dienst genomen.
Tussen 1982 en 1987 werd het voertuigenpark van de MSTB onder meer uitgebreid met stoom-locomotief 947 "Yvonne" uit 1893, de vuurloze stoomloc 3432 uit 1932, locomotor Deutz 56.415 (type A4L 514 R uit 1956), een derde personenrijtuig en diverse dienst-, pak- en goederenwagens. Bovendien kocht MSTB-lid Roger Maes in die periode de NMBS-motorwagen 4620 van de stelplaats Haine St. Pierre aan en stelde die ter beschikking van de vereniging.
Het gedeelte van de CFI-infrastructuur waarop het rollend materieel van de MSTB was toegelaten, situeerde zich tussen het vertrekperron in het park van de Intercom-centrale aan de J.F. Willem-straat en de Budabrug ter hoogte van de Vlaanderenstraat en de Houtkaai te Vilvoorde. Dit traject was ongeveer 6,5 km lang. Per ritseizoen legde het museumtreintje gemiddeld 1.220 km af en verslond zo'n 6.230 kg aan kolen (statistieken voor 1986).
Omdat in 1986 het bezoekersaantal (1.632 reizigers) met 56 % was gedaald ten opzichte van het vorige exploitatiejaar, werd een nieuw en toen uniek initiatief voor Belgische museumlijnen opgestart : de gastronomische avondritten die meteen een schot in de roos bleken te zijn want de eerste rit op 26 mei 1986 was voor 60 % bezet terwijl alle volgende smultreinen binnen de kortste tijd volgeboekt waren waardoor extra ritdata dienden vastgelegd de worden. Voor deze treinen werd in 1987 een extra metalen pakwagen aangekocht en kreeg het buffetrijtuig M1 2de klas 42.005 een kompleet ingerichte professionele keuken ingebouwd. Ook aan de doorlopende geluidsinstallatie werden de nodige verbeteringen aangebracht. Pakwagen en buffetrijtuig werden, gezien de krappe bochten op het CFI-net (vaak met een straal van amper 60 meter), bovendien uitgerust met een speciale koppeling die ook de leidingen voor gas en elektriciteit doorverbond.
Naast de traditionele en gastronomische ritten organiseerde de MSTB een jaarlijkse spoorweg-excursie voor haar leden, ruilbeurzen voor miniatuurtreinen, -auto's en postkaarten alsook een stoomtreinfestival om elk ritseizoen af te ronden. Bovendien werd een bescheiden tijdschrift, de "Moetoen Express" uitgegeven. CFI-wagen 115 (bouwjaar 1919) was ingericht als shop en als permanente tentoonstellingsruimte.
Over het einde van de vereniging is weinig of niets terug te vinden. Interne meningsverschillen zouden aan de basis liggen. Als voormalig lid herinner ik mij nog dat na het stopzetten van de museumexploitatie de ruilbeurzen nog een tijd lang doorgingen. Op 6 april 1991 was ik in de mogelijkheid de overbrenging van motorwagen 4620 naar het SCM te Maldegem mee te maken. Deze vereniging nam bovendien de stoomlocs Tubize 1627 en St. Leonard 947 alsook het buffetrijtuig over. De Deutz-locomotor 56.415 ging voor korte tijd richting Muizen bij Mechelen (transport-bedrijf Ambrogio). Wat er met de overige bezittingen van MSTB gebeurde is mij niet bekend.
Locomotief nr. 10 (Cockerill 4334 uit 1981) sleepte op 3 juli 1996 de laatste CFI-trein. Het betrof een lege kolentrein, afkomstig van de elektriciteitscentrale Electrabel. Bij deze verdween terug een stuk Belgische spoorweggeschiedenis van de rails...
Bijdrage afgesloten op 19/02/2007 - 17.38 u.
ENKELE WEBSITES
Nihil |